woensdag 23 januari 2013

Droompjes van 2011


Sta voor een spiegel. Van zodra ik een kap opzet, en daarmee al m'n haren bedek, verandert m'n gezicht naar iets heel mannelijks. Ik zie eruit als een behoorlijk lelijke man. Vrij bleek, met een stoppelbaardje. En zonder ogen. Nu ja, de ogen waren er misschien wel, maar ik zie enkel de oogleden, gesloten. En m'n huid ziet er geboetseerd uit. Ik kijk weg en wanneer ik weer in de spiegel kijk zie ik er weer uit als mezelf, maar met erg lange wimpers. Ze hangen echter nogal los. Ik voel eraan en kan m'n wimpers er met plukken uittrekken.

Ik zit met een paar onherkenbare vrienden en Bart op een weide of een grote tuin. Het is avond. We eten ontbijtgranen. Chocolade ontbijtgranen met op ieder vlokje een lachend figuurtje. Leen is ook aanwezig. Leen en ik zijn, zowat lachend, Bart’s kommetje aan het stelen, maar hij vindt dat niet erg. Ik sta op en begeef me naar een feesttafel, waar mijn familie zit te eten. Ik zoek een lepel, maar krijg gevulde paprika’s in de plaats. Leen staat naast me. We begeven ons terug naar de weide. Daar zien we links een groep met vrienden en rechts Bart. Bart komt naar ons toe, terwijl wij naar hem toe gaan. Op het moment dat we bij hem zijn en ons willen zetten blijft hij verder stappen. We draaien ons om en zien hem lachen. Hij keert zich om en komt toch nog bij ons zitten.

---------------

Een twaaljarig joch zit in z’n kamer wat dingen bijeen te zoeken. Z’n kamer zag eruit als een typische kamer voor een 12-jarige. Veel “actiespeelgoed” en dergelijke. Plotseling is er nog een joch dat hem in elkaar begint te slaan. Dit knul leek van ongeveer dezelfde leeftijd, maar was duidelijker wat kleiner en iets minder sterk dan het eerste joch. Jongen nummer 2 duwt jongen nr 1 op het bed (het was een stapelbed) en zegt met gedempte stem en op een gebiedende toon dat hij mensen kent die de hele familie van joch nr 1 zou kunnen uitmoorden, beginnende met z’n moeder. En dwong joch nr 1 toen om hem seksueel te bevredigen. De droom stopt daar...

 ---------------

Een Noord-Koreaanse prinses en een ongekend meisje blijken dubbelgangers te zijn. Ze besluiten even van plaats/leven te ruilen. Het meisje komt algauw tot de conclusie dat de prinses aanbeden wordt door gans het land, tot craziness toe. Ze vindt het allemaal een beetje bedrukkend en probeert even een moment voor zichzelf te nemen, maar wordt continu omringd door een aanbiddende menigte. Ze vlucht en in haar poging de menigte te ontkomen komt ze op een torenhoge metalen stelling terecht. Daarbovenop begint het te stormen. De menigte die onderaan staat, nog steeds in volle aanbidding, is enkel bezorgd om haar welzijn en laat vliegers en paraplu’s omhoog vliegen aan een koordje in de hoop haar zo droog te houden van de regen. De “prinses” roept naar hen dat ze gek zijn, dat het aan ‘t stormen is en ze zo de bliksem zullen aantrekken en zichzelf in gevaar brengen. Dat kan hen echter niets schelen, ze willen haar per se droog houden. Uiteindelijk weet ze zich uit die situatie te redden en ontkomt ze aan de menigte door haar gezicht te bedekken. Doorweekt en koud gaat ze een tweedehands kledingzaak binnen om een sjaal te kopen. Het is een bonte sjaal, zag er heel erg zacht uit. Donkergrijs met een blauwe schijn. De dame aan de kassa keek de “prinses” erg verdacht aan. Alsof ze haar herkend had, maar het niet wou laten blijken. Van zodra de “prinses” de winkel verlaten had belde de dame een zekere heer op om te melden dat ze de “prinses“ gevonden had. De heer bevond zich in een limousine, was gekleed in een zwart kostuum met een zwarte zonnebril op. Hij had blonde haren die met gel naar achter gedaan waren. Deze heer had het kennelijk niet zo voor de prinses en wou haar ten onder brengen. Volgens hem (want hé, wat weet ik ervan) zou de prinses gemakkelijk te vinden zijn vanuit waar hij is,en zij laatst was. Ondertussen rent de prinses nog steeds gehaast weg. Door steegjes en langs grote gebouwen. Ergens daartussen heeft ze een fiets weten te bemachtigen. Dan komt ze op een groot plein terecht, waar weer een gigantische menigte staat. Ze herkent één persoon, haar vader. Deze is verkleed als clown (don’t ask me why). Haast geheel in het rood, met hier en daar wat wit. Ze rent hem in de armen. Ze omhelsen elkaar. Toen kwam de security ertussen, grepen de vader bij z’n riem omhoog. Hij zwaait als een gek in het rond met z’n armen en benen. Fin. 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten