zondag 3 februari 2013

Februari 2013


25/02/2012
Ik sta bovenaan de trappen van een groot plein. Het heeft iets weg van 't beursplein te Brussel, maar dan veel groter. Er is een betoging gaande. Iemand komt naar me toe en vraagt of ik van Mali ben. Nog voor ik geantwoord heb vraagt ie verder. Of ik dan Malivacaans ben, of Maliëse. Ik ga naar een soort van gemeentehuis. De rij aan 't loket is behoorlijk lang. Wanneer ik eindelijk aan de beurt ben vraag ik de man in dienst of het nu Malivacaans of Maliëse is. Hij overhandigd me een Malinese baby en zegt erbij dat z'n moeders hem hier hebben achtergelaten. Hij vraagt of ik het kind terug zou willen brengen, want de ouders zouden ergens tussen de betogers moeten zijn. 


24/02/2013
Een groepje mensen bevindt zich in een dan nog ongeïdentificeerde ruimte. Een kerel, ik vermoed dat ik via zijn POV kijk, opent een deur. Ik kan niet zien wat er buiten de deur is, maar een vrouw zegt dat ze de oceaan hoort. Ze zitten kennelijk in een onderzeeër. De man opent de deur volledig en de ruimte draait zich zo'n 180°. De onderzeeër is nu een grote sloep. Men gebruikt de holte van de sloep als luchtkoepel om het hoofd toch droog te houden onder water. Ze zijn op missie. Enkele terroristen (denk ik, het zijn in ieder geval de tegenstanders) weten drie mensen van het groepje te bemachtigen. Ze brengen hen naar een kamer, op de hoogste verdieping van een gebouw. Daar aangekomen zien ze dat er alvast een persoon op de vloer ligt. Dood. Bloed om hem heen. Ze binden de drie vast. Elk apart, aan een tafel, aan een stoel,.. Ze kunnen elkaar niet zien, maar weten dat ze allen aanwezig zijn. De gijzelaars nemen een zweep en beginnen op objecten te slaan. Niet wetende dat ze niet op de gegijzelden aan 't slaan zijn, vermoeden de gegijzelden dat de gijzelaars op hen aan het slaan zijn. Ze slaan kreten van angst uit. De gegijzelde vrouw weet te ontsnappen. Ze springt uit het raam. Tijdens haar val beseft ze dat het een prostitutieorganisatie is. Heel de omgeving is één groot oerwoud. Ze zoekt het meest geschikte bosje om te landen.
 

13/02/2013
Ben op schooluitstap. Ik herken enkel Leen. We wandelen door een heuvellandschap. Leen en ik kijken naar elkaar en weten wat het plan is. We gaan liggen en rollen van de heuvels af, net als vroeger. Het enige verschil met toen is dat ik bang was om over stront te rollen.
Ik kom in een veld terecht met erg hoog gras. Het gras komt minstens een halve meter boven m'n hoofd uit. Het is vreselijk winderig. Ik heb met iemand afgesproken. We zouden elkaar vinden door onze witte paraplu hoog in de lucht te houden met een koordje (zoals een vlieger). Het waait echter zo hard dat ik de paraplu dicht moet houden. Ik moet me schuin voort bewegen, omdat ik anders weggeblazen word. De paraplu gebruik ik als een wandelstok, die ik steeds stevig in de grond steek, om meer steun te krijgen en verder te geraken.
Plots dobber ik in een zeer rustige, donkere oceaan. De lucht is donker. Het water is donker, maar helder. Het lijkt wel of er een groot gebrek aan licht is, maar toch kan ik alles zien. Ik drijf verder naar een muur van grote, gladde, zwarte stenen, te midden van de oceaan. De muur blokkeert de weg naar het andere deel van de oceaan. Ik vind een kleine, nauwe doorgang en kom dus toch tot het andere deel. Ik blijf verder dobberen. Het is koud. Vanwege de wind is het te koud om boven water te gaan, dus probeer ik zoveel mogelijk onder water te blijven. Alles blijft zeer rustig. Het einde van de oceaan is in zicht. Het blijkt een soort van reusachtig zwembad te zijn (dat, of het strand is omgebouwd naar een soort van zwembadstructuur). Bart zit daar. Ik ga naast hem zitten en we kijken samen naar de oceaan. Dan hebben we of gezoend, of elkaars hand vastgehouden. Little fuzzy.

Zit in de keuken bij m'n ouders. Mams geeft me een cocktail op basis van violet of lavendel. De dop is zoek, dus ze probeert wat te vinden om de fles mee te sluiten. Ik geef haar een lepel, omdat als je die op de flesopening laat bengelen, de drank zo z'n bubbels zou behouden. De lepel die ik geef is te klein, dus ik geef haar een grote opscheplepel. Dan ga ik naar de kelder. Daar liggen een heleboel doosjes. Ik neem er eentje. De deksel van die doos is echter los, waardoor het doosje op de grond valt. Er vallen/rollen allemaal kraaltjes uit. Ik raap ze één voor één op en steek ze terug in het doosje. 


05/02/2013
Ik wandel loop door smalle, donkere gangen, overgroeid met klimop. De klimop lijkt te leven. Het groei in ijltempo doorheen de gangen. De gigantische takken slaan neer op de muren als grote tentakels en klitten zich meteen vast. Alles en iedereen die in de weg staat wordt mee vastgezet en al het mogelijke vocht wordt meteen leeggezogen. Ik blijf lopen en vind toevlucht in een donker hol. De vloer is bezaaid met zwarte, dode ratten. Te midden van dit hol zitten twee kerels aan een schoolbank. Zij willen me helpen met mijn masterfilmpje. Ik ben een beetje in de war, gezien ik geen live action film plan te maken. Ik besluit maar mee te gaan met het gebeuren en wil beginnen filmen, maar besef dan dat we geen belichting hebben.

Ik wandel een schoenenwinkel binnen. Het is bijna sluitingstijd. De verkoopster werpt me vuile blikken toe terwijl ik de schoenen bekijk. Er is niet zoveel keus meer. De verkoopster bespuit de schoenen met een of andere schoenenspray. Ze doet dit heel overdadig. Ik vraag haar of ze hier even mee kan stoppen, omdat ik moeite krijg om te ademen. Ik bekijk diep groene, stevige uitziende schoenen. Dan probeer ik een bruin paar, met een indianenmotief en een verhoogd stuk binnenin.
M'n moeder is kritisch over mijn aankopen. Ze vraagt of ik ze even wil halen, omdat ze er commentaar op wil geven. Hier heb ik geen zin in, dus wanneer ik ze ga halen, draai ik de kledij die ik gekocht heb héél stevig rond een grote metalen ring, opdat m'n moeder er geen grondig zicht op zou kunnen krijgen. Die ring verandert in een grote pendel, waar mensen aan gaan hangen die terug tot leven gekomen zijn / terug tot leven willen komen. Er is iemand tot leven gekomen, die op Piccolo (van Dragon Ball Z) lijkt, maar dat niet is. De helft van zijn lichaam is onzichtbaar. “Piccolo” wil zich wreken op Garlic Jr. (dat Garlic Jr. niet is...). Die bevindt zich op dat moment in zijn zwembad. “Piccolo” verschijnt als een geest in dat zwembad, onder water, net voor de neus van “Garlic Jr.” Die schrikt zich rot en maakt zich uit de benen. “Piccolo” gaat erachteraan. Ze komen in een ruimte terecht, waar “Garlic Jr” in de val lijkt te zijn gelokt. “Piccolo” daagt hem uit tot een gevecht. “Garlic Jr” lacht hiermee en vraagt “Piccolo” hoe hij denkt te winnen, als hij in het verleden niet eens “Garlic Jr's” hulpjes kon verslaan. Hij stelt “Piccolo” een weddenschap voor. De winnaar krijgt van de andere zeven halve droge stukjes spaghetti. “Piccolo” gaat hiermee akkoord. “Garlic Jr” laat zijn hulpjes los en “Piccolo” verslaat ze in zowat 1 minuut. Hierop is het “Garlic Jr's” beurt om te vechten. Hij geeft zijn geheime wapen prijs. De ruimte waarin ze zich bevinden hoort als het ware bij de aard van “Garlic Jr” en hij kan daarin veranderen in wat hij maar wil. Bij dit besef zet “Piccolo” het op een lopen. Hij weet te ontsnappen in een soort van geheime maatschappij, tussen de muren in. Een hele bevolking, die op “Piccolo” lijkt (ja, je zou kunnen zeggen Nameks, maar dat zijn ze dus niet), woont daar. De muren zijn gemaakt van grote platen maïs. Bij het zien van die maïs beseft “Piccolo” dat zijn naam Maïs (of Corn) is. Hij kan er niet overheen dat zijn naam zoiets stoms is. 


04/02/2013
Zit op kot in Ukkel. Ik wandel op krukken. Moet naar toilet, maar het gaat allemaal nogal moeizaam vanwege die krukken. Eenmaal ik het toilet bereikt heb zie ik ons pa daar staan. Hij tekent of schrijft wat op het plafond in 't toilet. Ik maak hem duidelijk dat ik naar toilet moet en dat ie daarvoor in de weg staat. Eenmaal hij weg is merk ik op dat de radiator op een soort insect-schaap-gordeldier lijkt. Ik wil het graag uittekenen, maar ga verder naar de keuken. Serge is daar. Hij wil een midnight snack. Ik zeg hem dat er nog een restje rijst is en wat groenten.
Ik ga verder naar m'n slaapkamer, dat mijn slaapkamer niet is. Daar heb ik een opvouwbed. Ik heb geen zin om die uit te halen, dus ga er gewoon zo op liggen. Wanneer ik half in slaap ben komt Bart ook de slaapkamer binnen. Hij haalt het bed uit, terwijl ik er nog op lig (in zetelvorm dus) en hij komt naast me liggen. Terwijl hij me vast houdt praten we wat over ons, maar ook over kleine domme dingen. Gelukzalig moment.

Ik ben op school, in 't Ritscafé. Ik had er kennelijk een afspraak om eens in de bar te werken, maar dacht dat dat pas de dag daarop was. Blijkbaar dus niet. Ik ben twee uur te laat, maar niemand lijkt het te merken dus ga ik gewoon achter te bar staan. Een of andere meid bestelt een bio-thee. Ik weet nog niet goed waar alles staat en ben nogal zenuwachtig. Er staat een lange rij mensen achter haar. Ik vraag of ze suiker wil. Dat wil ze. De suikerklontjes zijn fel oranje. Er is een concertje gaande van een meidenkoor. Ze zingen goed, maar komen zenuwachtig en amateuristisch over. Er zitten wel 50 meiden in het koor. Op een bepaald moment moeten ze doorheen de zaal lopen, door de gangen en verder, maar ze weten zelf niet goed welke kant ze uit moeten, dus het wordt een grote genante warboel. De meiden dragen jurkjes met een gradatie van felrood naar zacht lila en staan/lopen in volgorde van de kleuren van hun jurk. Na het concertje, is er een toneelstuk, gespeeld door kinderen. Ik weet niet precies waar het stuk over gaat, maar naar het einde toe heeft de voet van een geraamte belangrijke rol. Het is een felrode voet. Het gevaar in het stuk gaat erover dat de grote teen van die geraamtevoet in contact komt met een condoom. Van zodra deze woorden gezegd zijn / dit deel van het stuk gespeeld is, komen er een hoop anti-condoom-mensen binnengestormd, protesterend, zeggend dat condooms slecht zijn en dat dit geen gepast toneelstuk is voor kinderen om te spelen. Ik ga naar ze toe en gooi ze buiten. Dan neem ik een halve fles, die ik gebruik als microfoon. Ik wil een spreek geven, maar de meeste zijn Franstalig, dus probeer ik het in het Frans. Ik zeg hen dat condooms echt belangrijk zijn, dat dat hen veilig stelt van soa's, etc. Dat juist zeker de jeugd hierover aangesproken moet worden, omdat hun lessen van vandaag hun daden van morgen zullen zijn. Ik draai me even om om ook de volwassenen onder ons hierover aan te spreken. Wanneer ik me terug naar de jongeren keer, zijn de meesten onder hen plots weg. Ik ga naar buiten. Het is donker en het regent. De meeste jongeren staan wat verderop, onder een hoop kleurrijke paraplu's. Ik ga terug naar binnen.
Ik ga naar een klaslokaal waar wereldleiders aan het vergaderen zijn. Ik heb er mijn missie van gemaakt om bij elk van hun een rode stip verf te plaatsen op hun achterhoofd. De rode verf hangt aan m'n handen. Ik ga de tafel rond en probeer bij iedereen zo subtiel mogelijk het achterhoofd te raken. Het lijkt op een soort alternatieve moderne dans. Wanneer ik deze ruimte verlaat, zit ik weer in het Ritscafé. Daar kom ik Rosanne en Ans tegen. Zij spreken me aan over een project waar ze mee bezig zijn. Ze moeten daarvoor weten hoe het zit met de seksualiteit op scholen. Ik zeg hen dat ik er op zal letten. Ik ga naar toilet om m'n verfborstel uit te kuisen. Er hangt witte verf aan.Terwijl ik aan de wasbak sta, komt er een koppel binnen. Ze gaan samen een toilethok binnen en beginnen er te vrijen. Ik bedenk me dat ik dit moet onthouden voor het project van Rosanne en Ans. Ik geneer me een beetje, maar kan nog niet weg omdat mijn verfborstel nog niet proper is.
Wanneer ik het toilet verlaat, kom ik in een grote trappengang terecht. Ik moet de bovenste verdieping zien te bereiken. De trappengang staat gekend als 'de gang der filosofie'. Belangrijke figuren bewandelen deze gang en hebben deze gang bewandeld. Ik ga de trap op en zie een oude dame de trap op of af gaan. Ze heeft een Guiness vast. Ik blijf de trap op gaan en kom verschillende figuren tegen. Ik kom een Armstrong tegen, maar weet niet de welke. Het is of Neil, of Lance Armstrong. (Ja, ik ken het onderscheid, maar in mijn droom is het onduidelijk.) Verder zie ik ook Churchill. Wanneer ik het laatste niveau bereikt heb, zie ik dat er nog een plateau hoger is, maar dat deze niet met de trap bereikt kan worden. Ik denk dat je erheen moet klimmen, springen,..


03/02/2013
Zit in een klaslokaal. Ik probeer een zetel te maken met zo'n mousse-materiaal (zoals voor sommige matrassen gebruikt wordt) en fijne nageltjes. Ik pin de stukjes aan elkaar zoals gedaan wordt met maquettekarton. Voor het laatste stukje heb ik nog één nagel nodig, maar de fijne zijn op, dus probeer ik het met een dikke nagel. Dit gaat moeizaam, ik maak er een beetje een boeltje van. Het licht gaat uit en de les begint. We bekijken een filmpje. Na het filmpje zegt de docent dat we naar het graf van de maker zullen gaan, om hem te eren. Dit graf zou zich onder een tafel in dit klaslokaal bevinden. Ik werk verder aan m'n zetel.

Ik zit thuis, in Auvelais. Het is bijna etenstijd. Ik krijg een telefoontje van Serge (mijn oudste broer). Hij zegt me dat Nico en Christian (m'n andere broers) met de kids een uitje hebben gepland, en vraagt of ik mee wil. Ik zeg hem dat dat nogal short notice is, maar dat ik op een ander moment wel op de kindjes zal letten. Ena (jongste dochter van Serge) komt door de gang gewandeld. Ze zegt iets in de zin van “Je vais m'acheter un appartement et je vais lire et écrire,” wat nogal verwonderlijk is gezien ze 2 jaar oud is en Nederlandstalig opgevoed. Hieruit wordt 't in m'n droom duidelijk (zonder dat het gezegd wordt) dat Ena een schrijfster wilt worden. Christian maakt zich klaar om naar de kust te vertrekken (om dus wat met de kids te gaan doen). Ons ma besluit mee te gaan. Halverwege naar de poort, keert ons ma zich om en vraagt ze of ik haar een fles wil geven. De flessen die ze bedoelt staan op een rijtje naast de deur, in de gang. Ik neem er één en geef deze door aan ons ma. De fles is doorzichtig, met daarin een gelig goedje (beetje de kleur van Orangina). Er kleeft een wit/groen etiket op. Het lijkt op frisdrank, maar iets zegt me dat het een alcoholische drank is.  



 

woensdag 30 januari 2013

Januari 2013


31/01/2013
Ik sta voor m'n vroeger huis in De Haan. Voor de garagepoort. Ik open en sluit de poort. Een grote metalen plaat blokkeert de doorgang. Achterin de ruimte is een openstaande deur. Telkens ik de garagepoort open en sluit gaat het licht in de ruimte achter die deur aan of uit. In de garage bevinden zich enkele kinderwagens. Ik zoek de beste uit, want over 't algemeen zijn ze nogal versleten. Kennelijk heb ik een kind -dat niet echt mijn kind is, maar toch- dat tegelijk ook het kind is van twee andere vrouwen. Deze vrouwen zijn niet aanwezig, maar ik weet dat de situatie moeilijkheden met zich mee brengt. Bij mijn laatste poging de garagepoort open en dicht te doen val ik op de een of andere manier op de grond. Wanneer ik me probeer recht te zetten krijg ik de hulp van een oude dame. Ze woont bovenin het huis en neemt me mee naar binnen. Het blijkt Dr. Phil's moeder te zijn. Zij en haar man wonen in een appartementje dat logischerwijs in ons vroegere huis in De Haan zou zijn, maar er vanbinnen uit ziet als m'n oma's vroegere huis. Ze maakt minipizza's klaar. Ik help haar deze nog wat kleiner te snijden. Dan komt iemand de trap af en geeft me een camcorder. Terwijl ik op de display zie wat er al gefilmd is, ben ik aan 't filmen. Eerdere opnames tonen Silke en haar zus. Zij proberen 's werelds langste chocolate chip cookie te maken. De koek is te zien op de trap, hij volgt de treden en gaat verder doorheen het huis. Ik film het hele gebeuren.

Ik wandel op het strand met Pinar en een gesluierde vrouw. We lachen wat, maar ik weet niet goed waarom. Dan besluiten we een foto te willen nemen van ons allen in motion. Dus, we nemen telkens een aanloop en als we een verhoogd stukje strand tegenkomen springen we de lucht en en probeert één iemand, ook springend, het geheel op foto vast te leggen. Het wil niet zo goed lukken, maar we blijven proberen. De sluier van de vrouw komt tijdens het proces steeds losser. 



30/01/2013
Ik ga naar Lievens huis om een vrijblijvende les te volgen. De les vindt plaats in een slaapkamer, op één groot bed. Sandra is er ook en nog een aantal kerels die ik niet ken. We smoren wiet en filosoferen een pak weg. Na een poosje besluiten Sandra en ik door te gaan. We moeten de bus nemen. Eenmaal in de bus staan we voor de deur. De deur staat open terwijl de bus razendsnel de weg afgaat. We rijden langs een soort van savanne. Sandra wijst naar een boom in de verte. Daar ligt een fluogele tijger op een dikke tak te slapen.
Ik kom toe aan m'n kot. De ingang lijkt op m'n kot in de kiliaanstraat in Antwerpen. Ik ga naar beneden en moet langs een ruimte waar nog gewerkt wordt. Een kotbaas (ik ken deze persoon niet) is de ruimte in verschillende tinten oranje aan het verven, met hier en daar wat blauw. Ik wandel verder en passeer langs Jochem zijn kamer. Hij heeft een heleboel huisdieren in die kamer zitten (konijnen, hamsters, katten,...) Ik vraag of ik met een hamster mag spelen. Dat mag. Ik neem een zwarte hamster met een paar bruine spikkeltjes. Ik praat tegen hem (weet niet meer precies wat ik zeg) en hij weet me te antwoorden, zonder iets te zeggen. De hamster glipt per ongeluk uit m'n handen en verstopt zich onder de zetel. Ik probeer ze te vinden, vang zo nu en dan een glimp op, maar krijg ze maar niet te pakken. Durf het Jochem niet te vertellen, uit angst dat ie boos op me zou zijn. 







woensdag 23 januari 2013

Droompjes van 2012


05/01/2012
Ik sta tussen de bomen. Naast me zie ik doorheen een omheining een aantal zwanen. “Waarom gaan jullie niet naar de rivier verderop om te zwemmen?” vraag ik. De zwanen lijken het met me eens te zijn. Dan zegt er eentje: “Die rivier ligt buiten de tuin, daar gaan we niet heen.” Ik haal mijn schouders op en ga zelf naar de rivier. Deze steek ik over (hoe is niet duidelijk). Aan de andere kant van de rivier drijven een aantal stalen balken waar je op kan staan. Daarnaast is een soort van riviertje. Een vuile rivier. De sloot van de rivier? Ik balanceer me een weg over de balken heen tot op het punt waar de balken overgaan naar een pad. Net voor ik op het pad geraak val ik toch nog in de vuile rivier-sloot. Ik trek mezelf eruit en ga verder langs het pad. Deze leidt naar een erg steile berg. Op de top van die berg loopt een zwart paard met een zwart geklede ruiter. Beiden bestaan uit een soort van wol. Ze komen naar me toe en blijken erg klein te zijn. Of ben ik juist enorm groot? In ieder geval, veel hoger dan mijn knieën komen ze niet. Ik vraag de ruiter (die wel iets weg heeft van Zorro) waarom hij niet van het paard afkomt. De ruiter legt me uit dat de berg zo steil is, dat hij enkel naar de top durft te gaan als hij op het paard zit. Hij heeft het paard ooit in deze bergen ontdekt. En zag dat het paard als enige en met een groot gemak de top kon bereiken. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Ik trek verder en kom thuis terecht. Mijn moeder wil wat spullen naar de zolder verhuizen, waaronder tuinkabouters. De tuinkabouters leven, enkel weet niemand het. Ik weet niet meer wat precies, maar iets vormt een bedreiging voor deze tuinkabouters. Ze proberen zich schuil te houden. Ik ga verder naar mijn kamer (dat mijn kamer niet is) en verstop twee koffiekopjes onder het bed. Het waren roze koffiekopjes.

08/01/12
Ik bevind me in een synagoge. In de recreatieruimte van een synagoge. Enkele Joden zijn aan het biljarten. Van op een kleine afstand aanschouw ik hen. Wanneer er een paar andere mannen komen biljarten vallen twee figuren me meteen op. De ene met een vrij normaal postuur en een erg aantrekkelijk gelaat, de andere erg groot en struis, met een vriendelijk, doch plomp en wat boers gelaat. De aantrekkelijke man interesseert me. Ik ga naar de biljarttafel toe en besluit mee te spelen. Ik spreek de man aan, maar zijn vriend antwoordt. De aantrekkelijke man spreekt geen Engels (wat kennelijk de voertaal is in mijn droom). Ik probeer mijn interesse in hem subtiel duidelijk te maken via de vriend. De vriend vraagt of ik met hem uit wil. Ik, denkende dat hij voor de aantrekkelijke man praat, antwoord verheugd “Ja!”.
De avond van de date hebben we ergens in de stad afgesproken. Ik sta klaar, te wachten. In de verte zie ik dan de struise kerel opduiken en besef wat er aan de hand is. -De date zelf heb ik niet gedroomd.- De man wandelt met me tot aan m’n kot (wat mijn kot niet is). Hij komt mee naar binnen. De muren van de gang bevatten vele mooie kleuren, in iets wat op mozaïek lijkt te zijn geschilderd. Mijn kot zou zich helemaal bovenaan bevinden. Ik vraag hem de deur van de ingang te sluiten omdat anders de kleuren zouden ontsnappen. Eenmaal boven blijk ik terug alleen te zijn. Een vriendin belt me op. De vriendin ben ikzelf. Ze zegt me dat ze een vreselijke dag achter de rug heeft. Ik zeg haar dat die niet erger kan zijn dan de mijne. Ze vertelt. Blijkbaar wou ze een citroentaart bakken voor een zieke vriendin en was die gevallen op de grond en was alles verpest. Ze gaf de schuld aan haar nieuwe jas, die gemaakt is van nepbont. We spreken af op straat, in dezelfde omgeving als waar ik mijn met mijn date had afgesproken. “Het is een ongeluksjas,” zegt ze meteen. Ze schuilt onder de jas alsof het een dekentje is. Ik vertel haar over mijn dag en samen concluderen we dat mijn dag misschien toch net ietsjes erger was. Ze maakt plaats onder haar jas en samen schuilen we eronder.

09/01/12
Ik (hoewel ik ik niet ben) sta samen met nog een paar mensen (die me ook onbekend zijn) in een nogal verlaten deel van een stad voor een aanzienlijk groot gebouw. Of wat ervan overblijft. Het heeft meer iets van een ruïne. Jaren geleden (iets zegt me rond de jaren '70) heeft er een brand plaatsgevonden dat heel het gebouw bijzonder beschadigd heeft. Ik kijk rond en zie dat we te midden van kiezels en keien staan. Ik kijk op en merk dat de buitenmuren van het gebouw op zodanige wijze beschadigd zijn dat er een link is tussen de stenen en de schade. Na de brand was er kennelijk een storm. En de vele keien en kiezels in omstreken vlogen daardoor steeds weer tegen de muren aan die het gebouw dus verder beschadigden. We gaan naar binnen. Alles ligt er verlaten, stoffig en troosteloos bij. We komen bij een grote, ooit vast behoorlijk imposante trap. Ik merk op tegen de anderen dat ik hier nooit (mijn?) kinderen op zou laten stappen, omdat de treden teveel plaats tussen zich in hebben en ze er daardoor gemakkelijk door kunnen vallen. We stappen verder, naar boven, via een plank die op de trappen leunt. Op de eerste verdieping kom ik in een kamer terecht waar heel de sfeer anders is. Alsof ik in een ander gebouw stond. Ik zeg ik, omdat op dat moment de anderen niet bij me zijn en ik effectief mezelf ben. In deze ruimte, dat een living is, zie ik een peuter en een hond. De hond zorgt voor de peuter (een beetje zoals Nana van Peter Pan). Overal hangen en staan foto's van het kleintje. Voor de één of andere reden houdt ze in elke foto haar hoofdje schuin. Wanneer ik dit opmerk kijk ik haar aan en net dan draait ze haar hoofdje, ook schuin. Ik verlaat deze ruimte en ga verder. Weer ben ik mezelf niet en ben ik in groep. We gaan een verdieping hoger. Deze verdieping heeft geen vloer. Enkel de balken waar de vloer ooit was. Op die balken staan enkele naakte etalagepoppen, maar in plaats van geslachtsloos te zijn, hebben deze wél geslachtsdelen. Ik blijf alleen over met iemand van de groep. We liggen beiden op de balken. Ik kijk niet naar beneden, maar weet dat ik de diepte in kan storten. De persoon voor me is naakt. Ik ook. Ik blijk een man te zijn. De persoon voor me heeft een penis, maar eentje van plastiek of iets dergelijks. Dezelfde als die van de etalagepoppen. Hij begint te masturberen en ejaculeert de lucht in. Ik ben bang voor waar het sperma terecht zal komen, maar het sperma eindigt op een of andere manier in een condoom.

10/01/12
Ik wandel met m'n vader richting ons huis, dat in plaats van in Auvelais, in Antwerpen staat. Op de plek waar normaal het centraal station gelegen is. Het ziet er groter uit dan anders. Ik zeg dan ook tegen m'n vader: “Het is écht een groot huis, hé..”. Hij gaat akkoord. Eenmaal binnen blijken we toch in een treinstation te zijn. Vader moet zijn trein halen om naar zijn werk te gaan. Ik vergezel hem nog tot aan zijn perron. Hij moet zich haasten. Onderweg zegt hij me dat als ik me haast ik mijn trein ook nog zou kunnen halen en dat mijn perron vlak onder de zijne zou moeten zijn. We nemen afscheid en ik haast me naar mijn perron. Eenmaal daar staan er twee kerels op het perron te discussiëren voor een tafel. Op de tafel liggen wat schetsboeken. Eén van de kerels heeft zijn schetsboek vol gekke figuren geschetst. Hij tekent heel goed. Ze keren zich naar mij toe. En bekijken mijn schetsboek, dat uit het niets ook op tafel ligt. Mijn schetsboek bevat ook wat figuren en een wortel. “Je tekent goed,” zegt hij. “waarop zijn deze gebaseerd?” Ik zeg hem dat de meeste wel van foto's zullen zijn. Daarop komt een docent (een onbekende dame) achter ons staan en vraagt of ze even met me kan praten. Ze vraagt of ik haar wat moet vertellen over de les van morgen. Ik meld haar dat ik morgen wat later zal zijn, omdat ik nog naar de dokter moet. “Gewoon de dokter?” vraagt ze. “De gynaecoloog,” antwoord ik (ik ga morgen effectief naar de gynaecoloog). Ze geeft me een blik die doet vermoeden dat zij vermoedt dat ik zwanger zou zijn. “Het is voor de pil,” zeg ik nog. Het is te laat. Zij heeft haar conclusies al getrokken. Dan komt Noémi, een medestudente (waarmee ik nog in het middelbaar heb gezeten, maar sindsdien niet meer gezien heb), ertussen en zegt dat de pil veel beter is dan condooms. Ik zeg haar dat de pil goed is als jij en je partner elkaar volledig kunnen vertrouwen, en als jullie al enige tijd samen zijn etc, maar dat condooms wel het enige voorbehoedsmiddel zijn die soa's kunnen tegenhouden. Ze trekt zich terug.
Ik bevind me plots toch thuis. Alle ruimtes zijn groter dan anders. Ik wandel door de gang, waar een miniatuur-trein (een speelgoedtrein?) aan het rijden is. De trein moet opgewonden worden en stoot voortdurend tegen stoelen, muren, ...

11/01/12
Ik verlaat net een restaurant met een paar vrienden. We wandelen door de Chinese wijk. Ik zie rode gevels van 'Chinese gebouwen' . We wandelen naar het strand. Ik zie het strand en de zee in de verte. Voor het strand is er een stuk harde grond dat erin overgaat. Het stuk grond staat een beetje onder water. Ik val net daar en klamp me vast aan Laurens been. Hangend aan haar been trekt zij me verder naar het strand toe. Kirsten legt haar handdoek al klaar. Ze gaat de zee in. Ik blijf achter met nog een paar mensen op het strand. Tussen twee handdoeken in leg ik de mijne. Iemand stelt voor om poker te spelen. Ik, niet echt een poker-expert, sta er weigerachtig tegenover. Plots sta ik in Leens living. Jonas' haar is rood geverfd. Het lijkt alsof ze gewoon een potje rode verf over z'n hoofd hebben gegoten. Haar moeder vraagt me wat tasjes uit te halen. Witte tasjes die iets smaller onderaan zijn en dan verwijden naar boven toe. Ik kan de tasjes niet vinden.

12/01/12
Leen en ik zitten verstopt achter een kast in de tv-kamer in huize Wittocx. We verstoppen ons voor het gas dat we rond gespoten hebben. Slaap-gas. Het slaap-gas dient om een spin te vergassen die we proberen te vangen. Tatiana komt de tv-kamer binnen en kijkt naar mijn videocassette van As Told by Ginger.

13/01/12 – 1
Kim en Heleen hebben een hobbywinkel. Leen en ik gaan naar binnen. Als we binnenkomen zitten Kim en Heleen links in de winkel, in grote, moderne zetels. De zetels zijn naar de muur gekeerd, van de klanten weg. We naderen hen, en ik zie dat ze beiden aan iets aan het knutselen zijn. Heleen heeft een baby op haar schoot. Het is hun baby. Leen kietelt de baby een beetje en vraagt of ik haar wil vasthouden. Ik wil wel, en wanneer ze me haar wil geven laat ik haast de baby vallen. Gelukkig niet. Het is een mooie baby. Ze lijkt een beetje op Nina.

13/01/12 – 2
Ik bevind me in de slaapkamer van een koningin of iemand dergelijks. Hoe weet ik niet, maar ik heb haar per ongeluk vermoord. Ik besef dat ik van het lijk af moet zien te geraken. Ik hak het lijk in stukken (ik geloof met een bijl). Op het punt dat enkel haar rechterarm nog aan haar schouders en hoofd verbonden is beweegt de arm. Ik panikeer en hak het overige in stukken. Iemand klopt aan de deur, vragend of het nog lang zal duren. Ik maak onomatopeïsche geluiden in de hoop zo van hen af te geraken. Ik houd de vrouw haar tuniek omhoog en vraag me af wat ik hiermee moet doen. Het is groen met vooraan bruine, glinsterende pareltjes. Ik open haar kleerkast en zoek naar een kleedje en schoenen. Ik moet de juiste schoenen vinden, want zo meteen moet ik naar een feest (trouwfeest?). De schoenen moeten mooi en elegant zijn, maar ook comfortabel omdat ik er zeker een half uur in moet kunnen rechtstaan. Ik ga naar het feest. Het is buiten en de zon is al onder gegaan.

14/01/12 – 1
Ik sta naakt in een badkamer. Achter het douchegordijn, dat open staat, is de kraan en ik probeer er te geraken. Dat lukt nauwelijks, maar als ik lichtjes op de badrand leun gaat het nog en ik draai de kraan open. Het water wil niet echt warm worden. Een kerel komt binnen en vraagt of het lukt. Ik zeg hem dat het water niet echt warm wil worden. Ik zet me gehurkt in bad en hij regelt het water. Er staat een spotlight op het bad gericht. De kerel zegt iets over het licht, en dat ik misschien beter het algemene licht kan aandoen. Daarna vertrekt hij. Vanuit het bad heb ik zicht op de stad. Ik zie de lichten branden vanuit andere gebouwen en vraag me af of ik misschien niet beter het licht kan dimmen, omdat men anders binnen kan kijken.

14/01/12 – 2
Ik daal met m'n vader de roltrappen af. Bart en Nico staan er ook bij. Vader vraagt zich af of hij en moeder nog samen moeten blijven. Ik probeer in deze situatie neutraal te blijven. Nico zegt wat over dat hij wel een mening heeft, maar gezien zijn “uitbundige levensstijl” hij deze misschien beter voor zich houdt. We komen thuis aan. Mams ligt nog in bed. Vader heeft een bord met groentjes en vis. Ik maak voor mezelf en Tatiana wat frikandellen, frietjes, en kaaskroketten klaar.

14/01/12 – 3
Ik zit met Bart in een stad op een bankje in een grote, maar vrij lege straat, tegen een bushokje. Het bushokje heeft ramen, maar je kan er niet binnen zien. Nikita en Jona gaan lachend het bushokje binnen. Ze sleurt een koffer op wieltjes met zich mee die half open staat. Bart en ik liggen nu zoenend op het bankje. Na een poosje komen Nikita en Jona het bushokje weer uit. Ook lachend. Ik vraag haar of ze wat stiller kan zijn, want dat ik het wel even gehad heb. Daarop reageert zij met:”Ja, jij moet veel zeggen! Ooee! Ahhh, ahhh! Ja! Ahh!” verwijzend naar Bart en ik als we seks hebben (in de privacy van ons kot), en ze loopt verder. Wij gaan naar onze auto (want in mijn droom hebben we een auto), die geparkeerd staat tussen enkele andere auto's. Ik open de koffer en zet me daar even, om mijn schoenen of sokken wat goed te zetten. Ik kijk op en zie een man een paar andere mensen één voor één bedreigen. Hij richt zich tot Bart en begint Bart ineen te slaan. Ik ga naar Bart toe en vraag of hij oké is. Een vrachtwagen volgeladen met paletten met blikjes frisdrank lijkt de controle te verliezen en stoot alvorens neer te gaan tegen onze auto aan. Hierdoor vallen enkele paletten in onze auto. Ik panikeer en probeer met Bart in de auto zo snel mogelijk weg te geraken van al deze bedreigingen. We komen bij een soort garagist terecht die onze auto bekijkt en zucht. Hij haalt de paletten eruit en begint deze te kuisen.

19/01/12
Tatiana en ik staan in een bos. We wandelen richting mijn huis. Hoe meer we het huis naderen, hoe gestileerder de omgeving wordt. Ook gaat het landschap over van bos naar weide. Uiteindelijk bevinden we ons in een weide vol gestileerde bloemen. Verderop in de weide staat mijn huis. Tatiana merkt op: “Het ziet er heksachtig uit”. Ik knik en antwoord: “Inderdaad, maar het is het huis ernaast”. Ik ga naar binnen. Tatiana is niet langer bij me. Ik kom een vreemdeling tegen en begin met hem te vrijen. Het blijkt Bart te zijn. We haasten ons om onze kleren terug aan te trekken, want Serges komt thuis.
Ik ben omringt door familie. Ylias ligt vredig in mijn armen te slapen. Hij is zacht en snoezig. Het schattigste baby'tje dat ik me zou kunnen inbeelden. (Ergens doet hij me denken aan de mannetjes die ik aan het maken ben voor mijn bachelor-film. Dat heeft wellicht met zijn pose te maken.)
Ik ga naar buiten. Het is donker. Van de weide is niets meer te bespeuren. Ik sta op straat die enkel verlicht is met de oranje gloed van straatlantaarns. Enkele modellen zijn aan het poseren voor foto's. Ze moeten agressief poseren. Eén meid valt op. Ze heeft een zwart leren pakje aan (catsuit). Ze is kwaad. Gooit zichzelf in het rond als een bezetene. Heen en weer door de straten. De kans op lichamelijke schade is groot.

20/01/12
Ik heb Ylias in mijn armen. Weer als baby en weer ziet hij er ongelooflijk schattig uit. Iedereen gaat naar bed. Een onbekende zet het huis in brand. Het huis oogt ruïne-achtig. Enkel de kamer van de baby is brandveilig. Daar heeft de onbekende goed voor gezorgd (door onder meer de deur-randen van de andere kamers met brand..vloeistof in te smeren... Ik weet dit alles, maar ik zie het niet gebeuren. Ik zie het gewoon aan de omgeving zelf.)
Achteraf bleek het Marie-Jeanne te zijn. Ze had de babykamer gevrijwaard omdat ze de baby wou stelen, na iedereen in de brand omgebracht te hebben.

22/01/12
Het is oorlog. Twee kameraden zijn aan het vechten tegen de vijand. Eenmaal dat de zaken ietwat gekalmeerd zijn gaan ze in conversatie met elkaar. De ene lijkt op Heath Ledger. De andere kijkt om zich heen en zegt tegen '”Heath” dat het een mooie dag om te sterven is. Het is herfst en alles verdort. Alles gaat dood. Ideaal om te sterven. Ze komen aan bij een meer. Het is erg ondiep. Ze steken het meer over. Ergens halverwege vallen ze. Ze vallen in sneeuw. ”Heath” ligt onder een boom in de sneeuw naar boven te kijken. Naar de vallende sneeuwvlokken. Naar de donkere sterrenhemel. Hij lijkt gelukkig. Zijn vriend zoekt hem, samen met diens dochter. Uiteindelijk vinden ze hem en brengen ze hem mee naar hun huis.

24/01/12 – 1
Vogels vluchten vliegend in formatie. In een soort van schuur komen ze tot stilstand vanwege een hindernis. Ze moeten vrijen, in twee groepen verdeeld. Er zijn maar twee mannetjes. Eén van de vrouwelijke vogels van groep a spreekt de mannelijke vogel van groep b aan. “Spijt dat je niet bij mij bent?” vraagt ze. De mannelijke vogel schenkt er niet erg veel aandacht aan. De vrouwelijke vogel begint een salade voor te bereiden. Het is een erg zoete salade. De groep is er tevreden mee. De mannelijke vogel van groep b schijnbaar niet.

24/01/12 – 2
Ik (maar ik ben ik niet, ik ben een kerel) probeer me tegelijk schuil te houden voor, als iemand te volgen die onzichtbaar is. Ik volg hem de trap op. De onzichtbare man houdt iemand dreigend uit het raam. Hij laat de kerel vallen, maar die overleeft het. Vervolgens gebruikt hij magie waardoor ik geen controle heb over m'n eigen lichaam. Hij brengt me dichter naar hem toe en vertelt me dat ik de rituelen moet zien om het te begrijpen. Vervolgens zwiert hij me ook het raam uit. Beneden op straat, in het donker, staat een kerel in een struikgewas/spar-kostuum. Hij zegt minder gegeneerd te zijn over zijn manier van dansen en danst de straat door. Ik ga naar binnen. Ik ben mezelf en bevind me in de living in Auvelais. Ik ga onder/voor de open haard liggen. Deze brand. Boven me hangt kerstverlichting te branden. Ik merk op dat er geen muziek op staat. Ik lig te staren naar de kerstverlichting. Dan sta ik op en ga naar buiten, in de tuin. Het is dag. Ik neem aan dat het lente of zomer is, want alles staat groen. Ik ga tot het einde van de tuin en beklim wat bomen. Iets in de sfeer zegt me dat de bomen proberen om me wat duidelijk te maken. Ik ga verder en trek naar een heuvelachtig graslandschap. Ik bevind me tussen een groep mensen. Het zijn magische wezens. Het ritueel gaat zich hier plaatsvinden. Eén van de wezens, het lijkt een dame, maar ik ben niet zeker, gaat naar voren. Ze heeft een soort holle krans-schaal vast. Ze gaat het meer in. Ergens te midden van het meer blijft ze staan. Ze vult de schaal met water van het meer en gooit het water met een grote zwier achter zich. Het water gaat in cirkelvorm om de dame heen tot het in het meer belandt. Even is het stil, maar dan beginnen de wezens te applaudisseren. Ze komen allen naar het meer toe. Ze gaan er allemaal in.


25/01/12 
Ik praat met iemand die ik onlangs hem leren kennen en vertel hem over mijn bachelorfilmpje. Ik zeg hem dat er een tentoonstelling rond wordt gehouden. Hij antwoordt dat hij daar graag bij wil zijn. Ik panikeer, gezien er niet echt een tentoonstelling rond gehouden wordt.
Op het Rits probeer ik collega's en docenten mijn situatie duidelijk te maken. Verrassend genoeg lijken ze het spel te willen meespelen en creëren we gauw een tentoonstelling op de animatie-afdeling zelf. Ik sleur enkele “pilaren” de ruimte rond waar ik enkele van mijn plasticine popjes op kan plaatsen. In de projectieruimte zet ik enkele filmpjes klaar van animatietestjes die ik al gemaakt had. Inge komt de ruimte binnen met de beentjes van de pop van Silke en zegt dat deze wel te gebruiken zijn voor mijn poppen. Bij het zicht van de afgerukte benen bedenk ik me dat Silke me gaat vermoorden als ze merkt dat de beentjes van haar poppen weg zijn.

29/01/12 – 1
Ik sta in een stad. Het regent. Ik wandel voorbij een garagist. Om de zoveel klanten is er een gratis auto-onderhoud. Ik wandel verder tot aan de kaaien. De brug staat open. Er moet een boot langs. Ik ga een trap af en wandel langs het kanaal. Op mijn pad zie ik voor mij een hele hoop kittens. Ik probeer er langs te gaan via een net dat boven het kanaal hangt. Ik sukkel me er een weg langs. Amelie, die uit het niets lijkt te verschijnen, vraagt me of ik geen kitten wil. Ik zeg dat ik er wel wil, maar dat Bart het niet wil hebben. Dat dat mag als we later een eigen huis hebben, maar niet zolang we op kot zitten.

29/01/12 – 2
Ik betreed m'n set op de animatie-afdeling Iedereen is daar. Jan M. is een camera aan het testen. Ik wil niet gefilmd worden, dus ik verplaats de camera. Twee meisjes zijn in mijn set aan het werken. Ik erger me en vrees dat ze mijn belichting zullen verpesten. Jef staat achter het gordijn, in de andere ruimte, te filmen. Wat hij animeert is ergerlijk goed. Ik probeer een nieuwe pipsqueek te maken.

01/02/12 – 1
Bart, Leen en ik zijn aan het fietsen. De straat waar we ons bevinden gaat verderop over in een lus. Die passeren we moeiteloos. We fietsen verder, over dezelfde straat, maar doorheen bossen. Voor ons is op straat is er een grote plas. Daar glijd ik uit. Bart en Leen stappen af. Links van ons is een meer. Ze gaan er in staan. Ik durf niet. Ben bang dat het water mijn schoenen zou beschadigen.

01/02/12 – 2
Twee families zitten in een vete. De kinderen van beide families wensen dit op te lossen. Men weet beide families samen te brengen in een ruimte om het uit te praten. De zoon van familie a is echter in een soort van discussie verwikkeld met zijn vader omdat gebleken is dat de zoon homo is. De vader erkent zijn zoon niet langer. De zoon verlaat de kamer via het raam. Hij gaat een ladder af. Onderaan de ladder is een groot zwembad gelegen. De zoon laat een ei vallen (laat die vallen, dus hij legt geen ei). Het ei breekt bij contact met het water. Hij laat een tweede ei vallen en hoopt het eigeel heel te kunnen houden. Dit lukt niet.

01/02/12 – 3

Ik ren door de straten. Probeer te schuilen voor een hond die me achterna zit. Ik kom uit bij een kerk, maar daar is een trouw aan de gang en ik wil deze niet verstoren. Ik ga verder en kom een school tegen. Hier ga ik naar binnen. De trap op. Ik zoek een kamer die me toegewezen is (in mijn droom wordt die me niet letterlijk toegewezen, maar ik weet dat er één voor me is). Ik zoek naar de kamer met op de deur een soort van homoseksueel, maar toch weer niet homoseksueel symbool. Het symbool voor homoseksualiteit heeft iets weg van vuurwerk dat ontploft is, of de bladeren van een palmboom. Gestileerd weliswaar. Ik vind mijn kamer niet. Enkel kamers met op de deur een davidster. Ik ga een kamer binnen en kom uit in een gym. Het is de gym van school. Ze is gigantisch en erg duur. Ik vind iemand die me wil begeleiden naar mijn kamer. Ik denk dat het een docent is, maar ben niet zeker. We gaan weer langs een trappenhal. Daar staan een hoop gadgets, make-up, en andere prullaria gestapeld. Ze zijn bedoeld om weg te geven. Ik ga er eens door en neem wat me interesseert. De begeleider wacht niet op me. Ik geraak hem kwijt.
Ik wandel verder en kom uit in de living van Leen. Daar proberen enkele kinderen de davidster te tekenen. Het lukt hen niet. Ik toon hen hoe het moet. Mama komt binnen. Ik volg haar naar haar boven. In het voorbijgaan van haar kamer vang ik een glimp van een rek vol met lingerie. Ze heeft meerdere setjes die hetzelfde zijn.

02/02/12 - 1
Bart en ik zijn op reis. Ik geloof dat we ons in Schotland bevinden, hoewel het meer iets lijkt te hebben van Ierland. Bart laat me even achter in een soort winkelstraat terwijl hij de bagage weg brengt. Ik voel me verdwaald. Ik vraag enkele mensen of dit Aberdeen is. Niemand lijkt het me te willen zeggen. Ik ga een winkel binnen. Het is een winkel die zowel kledij als snoepgoed verkoopt. Ik zie enkele snoepjes die me nuttig lijken voor Silke's bachelorfilm.
De ingang/uitgang heeft een trapje. Als je de een bepaalde grens van dat trapje raakt komt er een soort security tevoorschijn die van snoep gemaakt lijkt te zijn. Ook zijn het lekkere binken. Ik bedenk me dat deze kerels ideaal zouden zijn voor een stripact voor een vrijgezellenfeest. Ze zien er goed uit en achteraf kan je ze opeten. Ik wil er verder op ingaan, maar de kerels zijn danig omringt door vrouwen dat het me de moeite niet lijkt. Ik verlaat de winkel. Iemand is ruiten aan het wassen. Ik vraag hem of dit Aberdeen is. Hij vraagt me of ik verdwaald ben. Ik zeg het niet echt te weten. Hij brengt me naar zijn restaurant/eethuis. Het is een klein, rustiek huisje te midden van grote stadsgebouwen. Alvorens naar binnen te gaan merk ik op dat ik helemaal in het groen gekleed ben. Boven de deur hangt een klaver. Ik zeg hem dat ik deze plek ken. Dat hier ooit een grote, magische boom stond. Ik vertel hem volhardend en enthousiast over die boom. Hij neemt me mee naar binnen. Daar zit zijn familie aan tafel. Hij wil me niet meer laten gaan, omdat hij denkt dat ik en de magische boom waar ik het over had een link hebben. En dat ik geluk zou brengen die hij wil gebruiken om zijn eethuisje succesvol te laten worden.

02/02/12 – 2
Ik zit op bed in een voor mij ongekende kamer, enveloppen te doorzoeken. Ik ben een kerel. Iemand houdt me onder schot. Zijn vuurwapen schiet letterlijk vuur, maar kan ook eenmalig een kogel schieten. Zo nu en dan haalt ie de trekker over. Ik ben bang dat op het moment dat hij schiet terwijl het wapen op mij gericht is, de kogel zal komen. De kogel staat voor een zekere dood, denk ik. Ik weet uit de kamer te geraken. Als buitenstaander in een tafereel zie ik indianen die aan hun haren getrokken worden. Er wordt zo hard aan getrokken dat ze gescalpeerd worden. Ik kijk om me heen. Het geheel doet me denken aan de film Dances with Wolves. Ik zie namelijk een wolf. Enkele cowboys. En Kevin Costner lijkt er ook rond te lopen.


Droompjes van 2011


Sta voor een spiegel. Van zodra ik een kap opzet, en daarmee al m'n haren bedek, verandert m'n gezicht naar iets heel mannelijks. Ik zie eruit als een behoorlijk lelijke man. Vrij bleek, met een stoppelbaardje. En zonder ogen. Nu ja, de ogen waren er misschien wel, maar ik zie enkel de oogleden, gesloten. En m'n huid ziet er geboetseerd uit. Ik kijk weg en wanneer ik weer in de spiegel kijk zie ik er weer uit als mezelf, maar met erg lange wimpers. Ze hangen echter nogal los. Ik voel eraan en kan m'n wimpers er met plukken uittrekken.

Ik zit met een paar onherkenbare vrienden en Bart op een weide of een grote tuin. Het is avond. We eten ontbijtgranen. Chocolade ontbijtgranen met op ieder vlokje een lachend figuurtje. Leen is ook aanwezig. Leen en ik zijn, zowat lachend, Bart’s kommetje aan het stelen, maar hij vindt dat niet erg. Ik sta op en begeef me naar een feesttafel, waar mijn familie zit te eten. Ik zoek een lepel, maar krijg gevulde paprika’s in de plaats. Leen staat naast me. We begeven ons terug naar de weide. Daar zien we links een groep met vrienden en rechts Bart. Bart komt naar ons toe, terwijl wij naar hem toe gaan. Op het moment dat we bij hem zijn en ons willen zetten blijft hij verder stappen. We draaien ons om en zien hem lachen. Hij keert zich om en komt toch nog bij ons zitten.

---------------

Een twaaljarig joch zit in z’n kamer wat dingen bijeen te zoeken. Z’n kamer zag eruit als een typische kamer voor een 12-jarige. Veel “actiespeelgoed” en dergelijke. Plotseling is er nog een joch dat hem in elkaar begint te slaan. Dit knul leek van ongeveer dezelfde leeftijd, maar was duidelijker wat kleiner en iets minder sterk dan het eerste joch. Jongen nummer 2 duwt jongen nr 1 op het bed (het was een stapelbed) en zegt met gedempte stem en op een gebiedende toon dat hij mensen kent die de hele familie van joch nr 1 zou kunnen uitmoorden, beginnende met z’n moeder. En dwong joch nr 1 toen om hem seksueel te bevredigen. De droom stopt daar...

 ---------------

Een Noord-Koreaanse prinses en een ongekend meisje blijken dubbelgangers te zijn. Ze besluiten even van plaats/leven te ruilen. Het meisje komt algauw tot de conclusie dat de prinses aanbeden wordt door gans het land, tot craziness toe. Ze vindt het allemaal een beetje bedrukkend en probeert even een moment voor zichzelf te nemen, maar wordt continu omringd door een aanbiddende menigte. Ze vlucht en in haar poging de menigte te ontkomen komt ze op een torenhoge metalen stelling terecht. Daarbovenop begint het te stormen. De menigte die onderaan staat, nog steeds in volle aanbidding, is enkel bezorgd om haar welzijn en laat vliegers en paraplu’s omhoog vliegen aan een koordje in de hoop haar zo droog te houden van de regen. De “prinses” roept naar hen dat ze gek zijn, dat het aan ‘t stormen is en ze zo de bliksem zullen aantrekken en zichzelf in gevaar brengen. Dat kan hen echter niets schelen, ze willen haar per se droog houden. Uiteindelijk weet ze zich uit die situatie te redden en ontkomt ze aan de menigte door haar gezicht te bedekken. Doorweekt en koud gaat ze een tweedehands kledingzaak binnen om een sjaal te kopen. Het is een bonte sjaal, zag er heel erg zacht uit. Donkergrijs met een blauwe schijn. De dame aan de kassa keek de “prinses” erg verdacht aan. Alsof ze haar herkend had, maar het niet wou laten blijken. Van zodra de “prinses” de winkel verlaten had belde de dame een zekere heer op om te melden dat ze de “prinses“ gevonden had. De heer bevond zich in een limousine, was gekleed in een zwart kostuum met een zwarte zonnebril op. Hij had blonde haren die met gel naar achter gedaan waren. Deze heer had het kennelijk niet zo voor de prinses en wou haar ten onder brengen. Volgens hem (want hé, wat weet ik ervan) zou de prinses gemakkelijk te vinden zijn vanuit waar hij is,en zij laatst was. Ondertussen rent de prinses nog steeds gehaast weg. Door steegjes en langs grote gebouwen. Ergens daartussen heeft ze een fiets weten te bemachtigen. Dan komt ze op een groot plein terecht, waar weer een gigantische menigte staat. Ze herkent één persoon, haar vader. Deze is verkleed als clown (don’t ask me why). Haast geheel in het rood, met hier en daar wat wit. Ze rent hem in de armen. Ze omhelsen elkaar. Toen kwam de security ertussen, grepen de vader bij z’n riem omhoog. Hij zwaait als een gek in het rond met z’n armen en benen. Fin.