woensdag 23 januari 2013

Droompjes van 2012


05/01/2012
Ik sta tussen de bomen. Naast me zie ik doorheen een omheining een aantal zwanen. “Waarom gaan jullie niet naar de rivier verderop om te zwemmen?” vraag ik. De zwanen lijken het met me eens te zijn. Dan zegt er eentje: “Die rivier ligt buiten de tuin, daar gaan we niet heen.” Ik haal mijn schouders op en ga zelf naar de rivier. Deze steek ik over (hoe is niet duidelijk). Aan de andere kant van de rivier drijven een aantal stalen balken waar je op kan staan. Daarnaast is een soort van riviertje. Een vuile rivier. De sloot van de rivier? Ik balanceer me een weg over de balken heen tot op het punt waar de balken overgaan naar een pad. Net voor ik op het pad geraak val ik toch nog in de vuile rivier-sloot. Ik trek mezelf eruit en ga verder langs het pad. Deze leidt naar een erg steile berg. Op de top van die berg loopt een zwart paard met een zwart geklede ruiter. Beiden bestaan uit een soort van wol. Ze komen naar me toe en blijken erg klein te zijn. Of ben ik juist enorm groot? In ieder geval, veel hoger dan mijn knieën komen ze niet. Ik vraag de ruiter (die wel iets weg heeft van Zorro) waarom hij niet van het paard afkomt. De ruiter legt me uit dat de berg zo steil is, dat hij enkel naar de top durft te gaan als hij op het paard zit. Hij heeft het paard ooit in deze bergen ontdekt. En zag dat het paard als enige en met een groot gemak de top kon bereiken. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk. Ik trek verder en kom thuis terecht. Mijn moeder wil wat spullen naar de zolder verhuizen, waaronder tuinkabouters. De tuinkabouters leven, enkel weet niemand het. Ik weet niet meer wat precies, maar iets vormt een bedreiging voor deze tuinkabouters. Ze proberen zich schuil te houden. Ik ga verder naar mijn kamer (dat mijn kamer niet is) en verstop twee koffiekopjes onder het bed. Het waren roze koffiekopjes.

08/01/12
Ik bevind me in een synagoge. In de recreatieruimte van een synagoge. Enkele Joden zijn aan het biljarten. Van op een kleine afstand aanschouw ik hen. Wanneer er een paar andere mannen komen biljarten vallen twee figuren me meteen op. De ene met een vrij normaal postuur en een erg aantrekkelijk gelaat, de andere erg groot en struis, met een vriendelijk, doch plomp en wat boers gelaat. De aantrekkelijke man interesseert me. Ik ga naar de biljarttafel toe en besluit mee te spelen. Ik spreek de man aan, maar zijn vriend antwoordt. De aantrekkelijke man spreekt geen Engels (wat kennelijk de voertaal is in mijn droom). Ik probeer mijn interesse in hem subtiel duidelijk te maken via de vriend. De vriend vraagt of ik met hem uit wil. Ik, denkende dat hij voor de aantrekkelijke man praat, antwoord verheugd “Ja!”.
De avond van de date hebben we ergens in de stad afgesproken. Ik sta klaar, te wachten. In de verte zie ik dan de struise kerel opduiken en besef wat er aan de hand is. -De date zelf heb ik niet gedroomd.- De man wandelt met me tot aan m’n kot (wat mijn kot niet is). Hij komt mee naar binnen. De muren van de gang bevatten vele mooie kleuren, in iets wat op mozaïek lijkt te zijn geschilderd. Mijn kot zou zich helemaal bovenaan bevinden. Ik vraag hem de deur van de ingang te sluiten omdat anders de kleuren zouden ontsnappen. Eenmaal boven blijk ik terug alleen te zijn. Een vriendin belt me op. De vriendin ben ikzelf. Ze zegt me dat ze een vreselijke dag achter de rug heeft. Ik zeg haar dat die niet erger kan zijn dan de mijne. Ze vertelt. Blijkbaar wou ze een citroentaart bakken voor een zieke vriendin en was die gevallen op de grond en was alles verpest. Ze gaf de schuld aan haar nieuwe jas, die gemaakt is van nepbont. We spreken af op straat, in dezelfde omgeving als waar ik mijn met mijn date had afgesproken. “Het is een ongeluksjas,” zegt ze meteen. Ze schuilt onder de jas alsof het een dekentje is. Ik vertel haar over mijn dag en samen concluderen we dat mijn dag misschien toch net ietsjes erger was. Ze maakt plaats onder haar jas en samen schuilen we eronder.

09/01/12
Ik (hoewel ik ik niet ben) sta samen met nog een paar mensen (die me ook onbekend zijn) in een nogal verlaten deel van een stad voor een aanzienlijk groot gebouw. Of wat ervan overblijft. Het heeft meer iets van een ruïne. Jaren geleden (iets zegt me rond de jaren '70) heeft er een brand plaatsgevonden dat heel het gebouw bijzonder beschadigd heeft. Ik kijk rond en zie dat we te midden van kiezels en keien staan. Ik kijk op en merk dat de buitenmuren van het gebouw op zodanige wijze beschadigd zijn dat er een link is tussen de stenen en de schade. Na de brand was er kennelijk een storm. En de vele keien en kiezels in omstreken vlogen daardoor steeds weer tegen de muren aan die het gebouw dus verder beschadigden. We gaan naar binnen. Alles ligt er verlaten, stoffig en troosteloos bij. We komen bij een grote, ooit vast behoorlijk imposante trap. Ik merk op tegen de anderen dat ik hier nooit (mijn?) kinderen op zou laten stappen, omdat de treden teveel plaats tussen zich in hebben en ze er daardoor gemakkelijk door kunnen vallen. We stappen verder, naar boven, via een plank die op de trappen leunt. Op de eerste verdieping kom ik in een kamer terecht waar heel de sfeer anders is. Alsof ik in een ander gebouw stond. Ik zeg ik, omdat op dat moment de anderen niet bij me zijn en ik effectief mezelf ben. In deze ruimte, dat een living is, zie ik een peuter en een hond. De hond zorgt voor de peuter (een beetje zoals Nana van Peter Pan). Overal hangen en staan foto's van het kleintje. Voor de één of andere reden houdt ze in elke foto haar hoofdje schuin. Wanneer ik dit opmerk kijk ik haar aan en net dan draait ze haar hoofdje, ook schuin. Ik verlaat deze ruimte en ga verder. Weer ben ik mezelf niet en ben ik in groep. We gaan een verdieping hoger. Deze verdieping heeft geen vloer. Enkel de balken waar de vloer ooit was. Op die balken staan enkele naakte etalagepoppen, maar in plaats van geslachtsloos te zijn, hebben deze wél geslachtsdelen. Ik blijf alleen over met iemand van de groep. We liggen beiden op de balken. Ik kijk niet naar beneden, maar weet dat ik de diepte in kan storten. De persoon voor me is naakt. Ik ook. Ik blijk een man te zijn. De persoon voor me heeft een penis, maar eentje van plastiek of iets dergelijks. Dezelfde als die van de etalagepoppen. Hij begint te masturberen en ejaculeert de lucht in. Ik ben bang voor waar het sperma terecht zal komen, maar het sperma eindigt op een of andere manier in een condoom.

10/01/12
Ik wandel met m'n vader richting ons huis, dat in plaats van in Auvelais, in Antwerpen staat. Op de plek waar normaal het centraal station gelegen is. Het ziet er groter uit dan anders. Ik zeg dan ook tegen m'n vader: “Het is écht een groot huis, hé..”. Hij gaat akkoord. Eenmaal binnen blijken we toch in een treinstation te zijn. Vader moet zijn trein halen om naar zijn werk te gaan. Ik vergezel hem nog tot aan zijn perron. Hij moet zich haasten. Onderweg zegt hij me dat als ik me haast ik mijn trein ook nog zou kunnen halen en dat mijn perron vlak onder de zijne zou moeten zijn. We nemen afscheid en ik haast me naar mijn perron. Eenmaal daar staan er twee kerels op het perron te discussiëren voor een tafel. Op de tafel liggen wat schetsboeken. Eén van de kerels heeft zijn schetsboek vol gekke figuren geschetst. Hij tekent heel goed. Ze keren zich naar mij toe. En bekijken mijn schetsboek, dat uit het niets ook op tafel ligt. Mijn schetsboek bevat ook wat figuren en een wortel. “Je tekent goed,” zegt hij. “waarop zijn deze gebaseerd?” Ik zeg hem dat de meeste wel van foto's zullen zijn. Daarop komt een docent (een onbekende dame) achter ons staan en vraagt of ze even met me kan praten. Ze vraagt of ik haar wat moet vertellen over de les van morgen. Ik meld haar dat ik morgen wat later zal zijn, omdat ik nog naar de dokter moet. “Gewoon de dokter?” vraagt ze. “De gynaecoloog,” antwoord ik (ik ga morgen effectief naar de gynaecoloog). Ze geeft me een blik die doet vermoeden dat zij vermoedt dat ik zwanger zou zijn. “Het is voor de pil,” zeg ik nog. Het is te laat. Zij heeft haar conclusies al getrokken. Dan komt Noémi, een medestudente (waarmee ik nog in het middelbaar heb gezeten, maar sindsdien niet meer gezien heb), ertussen en zegt dat de pil veel beter is dan condooms. Ik zeg haar dat de pil goed is als jij en je partner elkaar volledig kunnen vertrouwen, en als jullie al enige tijd samen zijn etc, maar dat condooms wel het enige voorbehoedsmiddel zijn die soa's kunnen tegenhouden. Ze trekt zich terug.
Ik bevind me plots toch thuis. Alle ruimtes zijn groter dan anders. Ik wandel door de gang, waar een miniatuur-trein (een speelgoedtrein?) aan het rijden is. De trein moet opgewonden worden en stoot voortdurend tegen stoelen, muren, ...

11/01/12
Ik verlaat net een restaurant met een paar vrienden. We wandelen door de Chinese wijk. Ik zie rode gevels van 'Chinese gebouwen' . We wandelen naar het strand. Ik zie het strand en de zee in de verte. Voor het strand is er een stuk harde grond dat erin overgaat. Het stuk grond staat een beetje onder water. Ik val net daar en klamp me vast aan Laurens been. Hangend aan haar been trekt zij me verder naar het strand toe. Kirsten legt haar handdoek al klaar. Ze gaat de zee in. Ik blijf achter met nog een paar mensen op het strand. Tussen twee handdoeken in leg ik de mijne. Iemand stelt voor om poker te spelen. Ik, niet echt een poker-expert, sta er weigerachtig tegenover. Plots sta ik in Leens living. Jonas' haar is rood geverfd. Het lijkt alsof ze gewoon een potje rode verf over z'n hoofd hebben gegoten. Haar moeder vraagt me wat tasjes uit te halen. Witte tasjes die iets smaller onderaan zijn en dan verwijden naar boven toe. Ik kan de tasjes niet vinden.

12/01/12
Leen en ik zitten verstopt achter een kast in de tv-kamer in huize Wittocx. We verstoppen ons voor het gas dat we rond gespoten hebben. Slaap-gas. Het slaap-gas dient om een spin te vergassen die we proberen te vangen. Tatiana komt de tv-kamer binnen en kijkt naar mijn videocassette van As Told by Ginger.

13/01/12 – 1
Kim en Heleen hebben een hobbywinkel. Leen en ik gaan naar binnen. Als we binnenkomen zitten Kim en Heleen links in de winkel, in grote, moderne zetels. De zetels zijn naar de muur gekeerd, van de klanten weg. We naderen hen, en ik zie dat ze beiden aan iets aan het knutselen zijn. Heleen heeft een baby op haar schoot. Het is hun baby. Leen kietelt de baby een beetje en vraagt of ik haar wil vasthouden. Ik wil wel, en wanneer ze me haar wil geven laat ik haast de baby vallen. Gelukkig niet. Het is een mooie baby. Ze lijkt een beetje op Nina.

13/01/12 – 2
Ik bevind me in de slaapkamer van een koningin of iemand dergelijks. Hoe weet ik niet, maar ik heb haar per ongeluk vermoord. Ik besef dat ik van het lijk af moet zien te geraken. Ik hak het lijk in stukken (ik geloof met een bijl). Op het punt dat enkel haar rechterarm nog aan haar schouders en hoofd verbonden is beweegt de arm. Ik panikeer en hak het overige in stukken. Iemand klopt aan de deur, vragend of het nog lang zal duren. Ik maak onomatopeïsche geluiden in de hoop zo van hen af te geraken. Ik houd de vrouw haar tuniek omhoog en vraag me af wat ik hiermee moet doen. Het is groen met vooraan bruine, glinsterende pareltjes. Ik open haar kleerkast en zoek naar een kleedje en schoenen. Ik moet de juiste schoenen vinden, want zo meteen moet ik naar een feest (trouwfeest?). De schoenen moeten mooi en elegant zijn, maar ook comfortabel omdat ik er zeker een half uur in moet kunnen rechtstaan. Ik ga naar het feest. Het is buiten en de zon is al onder gegaan.

14/01/12 – 1
Ik sta naakt in een badkamer. Achter het douchegordijn, dat open staat, is de kraan en ik probeer er te geraken. Dat lukt nauwelijks, maar als ik lichtjes op de badrand leun gaat het nog en ik draai de kraan open. Het water wil niet echt warm worden. Een kerel komt binnen en vraagt of het lukt. Ik zeg hem dat het water niet echt warm wil worden. Ik zet me gehurkt in bad en hij regelt het water. Er staat een spotlight op het bad gericht. De kerel zegt iets over het licht, en dat ik misschien beter het algemene licht kan aandoen. Daarna vertrekt hij. Vanuit het bad heb ik zicht op de stad. Ik zie de lichten branden vanuit andere gebouwen en vraag me af of ik misschien niet beter het licht kan dimmen, omdat men anders binnen kan kijken.

14/01/12 – 2
Ik daal met m'n vader de roltrappen af. Bart en Nico staan er ook bij. Vader vraagt zich af of hij en moeder nog samen moeten blijven. Ik probeer in deze situatie neutraal te blijven. Nico zegt wat over dat hij wel een mening heeft, maar gezien zijn “uitbundige levensstijl” hij deze misschien beter voor zich houdt. We komen thuis aan. Mams ligt nog in bed. Vader heeft een bord met groentjes en vis. Ik maak voor mezelf en Tatiana wat frikandellen, frietjes, en kaaskroketten klaar.

14/01/12 – 3
Ik zit met Bart in een stad op een bankje in een grote, maar vrij lege straat, tegen een bushokje. Het bushokje heeft ramen, maar je kan er niet binnen zien. Nikita en Jona gaan lachend het bushokje binnen. Ze sleurt een koffer op wieltjes met zich mee die half open staat. Bart en ik liggen nu zoenend op het bankje. Na een poosje komen Nikita en Jona het bushokje weer uit. Ook lachend. Ik vraag haar of ze wat stiller kan zijn, want dat ik het wel even gehad heb. Daarop reageert zij met:”Ja, jij moet veel zeggen! Ooee! Ahhh, ahhh! Ja! Ahh!” verwijzend naar Bart en ik als we seks hebben (in de privacy van ons kot), en ze loopt verder. Wij gaan naar onze auto (want in mijn droom hebben we een auto), die geparkeerd staat tussen enkele andere auto's. Ik open de koffer en zet me daar even, om mijn schoenen of sokken wat goed te zetten. Ik kijk op en zie een man een paar andere mensen één voor één bedreigen. Hij richt zich tot Bart en begint Bart ineen te slaan. Ik ga naar Bart toe en vraag of hij oké is. Een vrachtwagen volgeladen met paletten met blikjes frisdrank lijkt de controle te verliezen en stoot alvorens neer te gaan tegen onze auto aan. Hierdoor vallen enkele paletten in onze auto. Ik panikeer en probeer met Bart in de auto zo snel mogelijk weg te geraken van al deze bedreigingen. We komen bij een soort garagist terecht die onze auto bekijkt en zucht. Hij haalt de paletten eruit en begint deze te kuisen.

19/01/12
Tatiana en ik staan in een bos. We wandelen richting mijn huis. Hoe meer we het huis naderen, hoe gestileerder de omgeving wordt. Ook gaat het landschap over van bos naar weide. Uiteindelijk bevinden we ons in een weide vol gestileerde bloemen. Verderop in de weide staat mijn huis. Tatiana merkt op: “Het ziet er heksachtig uit”. Ik knik en antwoord: “Inderdaad, maar het is het huis ernaast”. Ik ga naar binnen. Tatiana is niet langer bij me. Ik kom een vreemdeling tegen en begin met hem te vrijen. Het blijkt Bart te zijn. We haasten ons om onze kleren terug aan te trekken, want Serges komt thuis.
Ik ben omringt door familie. Ylias ligt vredig in mijn armen te slapen. Hij is zacht en snoezig. Het schattigste baby'tje dat ik me zou kunnen inbeelden. (Ergens doet hij me denken aan de mannetjes die ik aan het maken ben voor mijn bachelor-film. Dat heeft wellicht met zijn pose te maken.)
Ik ga naar buiten. Het is donker. Van de weide is niets meer te bespeuren. Ik sta op straat die enkel verlicht is met de oranje gloed van straatlantaarns. Enkele modellen zijn aan het poseren voor foto's. Ze moeten agressief poseren. Eén meid valt op. Ze heeft een zwart leren pakje aan (catsuit). Ze is kwaad. Gooit zichzelf in het rond als een bezetene. Heen en weer door de straten. De kans op lichamelijke schade is groot.

20/01/12
Ik heb Ylias in mijn armen. Weer als baby en weer ziet hij er ongelooflijk schattig uit. Iedereen gaat naar bed. Een onbekende zet het huis in brand. Het huis oogt ruïne-achtig. Enkel de kamer van de baby is brandveilig. Daar heeft de onbekende goed voor gezorgd (door onder meer de deur-randen van de andere kamers met brand..vloeistof in te smeren... Ik weet dit alles, maar ik zie het niet gebeuren. Ik zie het gewoon aan de omgeving zelf.)
Achteraf bleek het Marie-Jeanne te zijn. Ze had de babykamer gevrijwaard omdat ze de baby wou stelen, na iedereen in de brand omgebracht te hebben.

22/01/12
Het is oorlog. Twee kameraden zijn aan het vechten tegen de vijand. Eenmaal dat de zaken ietwat gekalmeerd zijn gaan ze in conversatie met elkaar. De ene lijkt op Heath Ledger. De andere kijkt om zich heen en zegt tegen '”Heath” dat het een mooie dag om te sterven is. Het is herfst en alles verdort. Alles gaat dood. Ideaal om te sterven. Ze komen aan bij een meer. Het is erg ondiep. Ze steken het meer over. Ergens halverwege vallen ze. Ze vallen in sneeuw. ”Heath” ligt onder een boom in de sneeuw naar boven te kijken. Naar de vallende sneeuwvlokken. Naar de donkere sterrenhemel. Hij lijkt gelukkig. Zijn vriend zoekt hem, samen met diens dochter. Uiteindelijk vinden ze hem en brengen ze hem mee naar hun huis.

24/01/12 – 1
Vogels vluchten vliegend in formatie. In een soort van schuur komen ze tot stilstand vanwege een hindernis. Ze moeten vrijen, in twee groepen verdeeld. Er zijn maar twee mannetjes. Eén van de vrouwelijke vogels van groep a spreekt de mannelijke vogel van groep b aan. “Spijt dat je niet bij mij bent?” vraagt ze. De mannelijke vogel schenkt er niet erg veel aandacht aan. De vrouwelijke vogel begint een salade voor te bereiden. Het is een erg zoete salade. De groep is er tevreden mee. De mannelijke vogel van groep b schijnbaar niet.

24/01/12 – 2
Ik (maar ik ben ik niet, ik ben een kerel) probeer me tegelijk schuil te houden voor, als iemand te volgen die onzichtbaar is. Ik volg hem de trap op. De onzichtbare man houdt iemand dreigend uit het raam. Hij laat de kerel vallen, maar die overleeft het. Vervolgens gebruikt hij magie waardoor ik geen controle heb over m'n eigen lichaam. Hij brengt me dichter naar hem toe en vertelt me dat ik de rituelen moet zien om het te begrijpen. Vervolgens zwiert hij me ook het raam uit. Beneden op straat, in het donker, staat een kerel in een struikgewas/spar-kostuum. Hij zegt minder gegeneerd te zijn over zijn manier van dansen en danst de straat door. Ik ga naar binnen. Ik ben mezelf en bevind me in de living in Auvelais. Ik ga onder/voor de open haard liggen. Deze brand. Boven me hangt kerstverlichting te branden. Ik merk op dat er geen muziek op staat. Ik lig te staren naar de kerstverlichting. Dan sta ik op en ga naar buiten, in de tuin. Het is dag. Ik neem aan dat het lente of zomer is, want alles staat groen. Ik ga tot het einde van de tuin en beklim wat bomen. Iets in de sfeer zegt me dat de bomen proberen om me wat duidelijk te maken. Ik ga verder en trek naar een heuvelachtig graslandschap. Ik bevind me tussen een groep mensen. Het zijn magische wezens. Het ritueel gaat zich hier plaatsvinden. Eén van de wezens, het lijkt een dame, maar ik ben niet zeker, gaat naar voren. Ze heeft een soort holle krans-schaal vast. Ze gaat het meer in. Ergens te midden van het meer blijft ze staan. Ze vult de schaal met water van het meer en gooit het water met een grote zwier achter zich. Het water gaat in cirkelvorm om de dame heen tot het in het meer belandt. Even is het stil, maar dan beginnen de wezens te applaudisseren. Ze komen allen naar het meer toe. Ze gaan er allemaal in.


25/01/12 
Ik praat met iemand die ik onlangs hem leren kennen en vertel hem over mijn bachelorfilmpje. Ik zeg hem dat er een tentoonstelling rond wordt gehouden. Hij antwoordt dat hij daar graag bij wil zijn. Ik panikeer, gezien er niet echt een tentoonstelling rond gehouden wordt.
Op het Rits probeer ik collega's en docenten mijn situatie duidelijk te maken. Verrassend genoeg lijken ze het spel te willen meespelen en creëren we gauw een tentoonstelling op de animatie-afdeling zelf. Ik sleur enkele “pilaren” de ruimte rond waar ik enkele van mijn plasticine popjes op kan plaatsen. In de projectieruimte zet ik enkele filmpjes klaar van animatietestjes die ik al gemaakt had. Inge komt de ruimte binnen met de beentjes van de pop van Silke en zegt dat deze wel te gebruiken zijn voor mijn poppen. Bij het zicht van de afgerukte benen bedenk ik me dat Silke me gaat vermoorden als ze merkt dat de beentjes van haar poppen weg zijn.

29/01/12 – 1
Ik sta in een stad. Het regent. Ik wandel voorbij een garagist. Om de zoveel klanten is er een gratis auto-onderhoud. Ik wandel verder tot aan de kaaien. De brug staat open. Er moet een boot langs. Ik ga een trap af en wandel langs het kanaal. Op mijn pad zie ik voor mij een hele hoop kittens. Ik probeer er langs te gaan via een net dat boven het kanaal hangt. Ik sukkel me er een weg langs. Amelie, die uit het niets lijkt te verschijnen, vraagt me of ik geen kitten wil. Ik zeg dat ik er wel wil, maar dat Bart het niet wil hebben. Dat dat mag als we later een eigen huis hebben, maar niet zolang we op kot zitten.

29/01/12 – 2
Ik betreed m'n set op de animatie-afdeling Iedereen is daar. Jan M. is een camera aan het testen. Ik wil niet gefilmd worden, dus ik verplaats de camera. Twee meisjes zijn in mijn set aan het werken. Ik erger me en vrees dat ze mijn belichting zullen verpesten. Jef staat achter het gordijn, in de andere ruimte, te filmen. Wat hij animeert is ergerlijk goed. Ik probeer een nieuwe pipsqueek te maken.

01/02/12 – 1
Bart, Leen en ik zijn aan het fietsen. De straat waar we ons bevinden gaat verderop over in een lus. Die passeren we moeiteloos. We fietsen verder, over dezelfde straat, maar doorheen bossen. Voor ons is op straat is er een grote plas. Daar glijd ik uit. Bart en Leen stappen af. Links van ons is een meer. Ze gaan er in staan. Ik durf niet. Ben bang dat het water mijn schoenen zou beschadigen.

01/02/12 – 2
Twee families zitten in een vete. De kinderen van beide families wensen dit op te lossen. Men weet beide families samen te brengen in een ruimte om het uit te praten. De zoon van familie a is echter in een soort van discussie verwikkeld met zijn vader omdat gebleken is dat de zoon homo is. De vader erkent zijn zoon niet langer. De zoon verlaat de kamer via het raam. Hij gaat een ladder af. Onderaan de ladder is een groot zwembad gelegen. De zoon laat een ei vallen (laat die vallen, dus hij legt geen ei). Het ei breekt bij contact met het water. Hij laat een tweede ei vallen en hoopt het eigeel heel te kunnen houden. Dit lukt niet.

01/02/12 – 3

Ik ren door de straten. Probeer te schuilen voor een hond die me achterna zit. Ik kom uit bij een kerk, maar daar is een trouw aan de gang en ik wil deze niet verstoren. Ik ga verder en kom een school tegen. Hier ga ik naar binnen. De trap op. Ik zoek een kamer die me toegewezen is (in mijn droom wordt die me niet letterlijk toegewezen, maar ik weet dat er één voor me is). Ik zoek naar de kamer met op de deur een soort van homoseksueel, maar toch weer niet homoseksueel symbool. Het symbool voor homoseksualiteit heeft iets weg van vuurwerk dat ontploft is, of de bladeren van een palmboom. Gestileerd weliswaar. Ik vind mijn kamer niet. Enkel kamers met op de deur een davidster. Ik ga een kamer binnen en kom uit in een gym. Het is de gym van school. Ze is gigantisch en erg duur. Ik vind iemand die me wil begeleiden naar mijn kamer. Ik denk dat het een docent is, maar ben niet zeker. We gaan weer langs een trappenhal. Daar staan een hoop gadgets, make-up, en andere prullaria gestapeld. Ze zijn bedoeld om weg te geven. Ik ga er eens door en neem wat me interesseert. De begeleider wacht niet op me. Ik geraak hem kwijt.
Ik wandel verder en kom uit in de living van Leen. Daar proberen enkele kinderen de davidster te tekenen. Het lukt hen niet. Ik toon hen hoe het moet. Mama komt binnen. Ik volg haar naar haar boven. In het voorbijgaan van haar kamer vang ik een glimp van een rek vol met lingerie. Ze heeft meerdere setjes die hetzelfde zijn.

02/02/12 - 1
Bart en ik zijn op reis. Ik geloof dat we ons in Schotland bevinden, hoewel het meer iets lijkt te hebben van Ierland. Bart laat me even achter in een soort winkelstraat terwijl hij de bagage weg brengt. Ik voel me verdwaald. Ik vraag enkele mensen of dit Aberdeen is. Niemand lijkt het me te willen zeggen. Ik ga een winkel binnen. Het is een winkel die zowel kledij als snoepgoed verkoopt. Ik zie enkele snoepjes die me nuttig lijken voor Silke's bachelorfilm.
De ingang/uitgang heeft een trapje. Als je de een bepaalde grens van dat trapje raakt komt er een soort security tevoorschijn die van snoep gemaakt lijkt te zijn. Ook zijn het lekkere binken. Ik bedenk me dat deze kerels ideaal zouden zijn voor een stripact voor een vrijgezellenfeest. Ze zien er goed uit en achteraf kan je ze opeten. Ik wil er verder op ingaan, maar de kerels zijn danig omringt door vrouwen dat het me de moeite niet lijkt. Ik verlaat de winkel. Iemand is ruiten aan het wassen. Ik vraag hem of dit Aberdeen is. Hij vraagt me of ik verdwaald ben. Ik zeg het niet echt te weten. Hij brengt me naar zijn restaurant/eethuis. Het is een klein, rustiek huisje te midden van grote stadsgebouwen. Alvorens naar binnen te gaan merk ik op dat ik helemaal in het groen gekleed ben. Boven de deur hangt een klaver. Ik zeg hem dat ik deze plek ken. Dat hier ooit een grote, magische boom stond. Ik vertel hem volhardend en enthousiast over die boom. Hij neemt me mee naar binnen. Daar zit zijn familie aan tafel. Hij wil me niet meer laten gaan, omdat hij denkt dat ik en de magische boom waar ik het over had een link hebben. En dat ik geluk zou brengen die hij wil gebruiken om zijn eethuisje succesvol te laten worden.

02/02/12 – 2
Ik zit op bed in een voor mij ongekende kamer, enveloppen te doorzoeken. Ik ben een kerel. Iemand houdt me onder schot. Zijn vuurwapen schiet letterlijk vuur, maar kan ook eenmalig een kogel schieten. Zo nu en dan haalt ie de trekker over. Ik ben bang dat op het moment dat hij schiet terwijl het wapen op mij gericht is, de kogel zal komen. De kogel staat voor een zekere dood, denk ik. Ik weet uit de kamer te geraken. Als buitenstaander in een tafereel zie ik indianen die aan hun haren getrokken worden. Er wordt zo hard aan getrokken dat ze gescalpeerd worden. Ik kijk om me heen. Het geheel doet me denken aan de film Dances with Wolves. Ik zie namelijk een wolf. Enkele cowboys. En Kevin Costner lijkt er ook rond te lopen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten